Weergave
Positioning ​
Met position haal je een element uit zijn natuurlijke plaats. Er zijn vijf waarden.
| Waarde | Blijft in de flow? | top/left/… verschuift t.o.v. |
|---|---|---|
static | ja (de standaard) | niets, ze doen niets |
relative | ja, met een gat op de oude plek | zijn eigen natuurlijke plaats |
absolute | nee, de rest schuift op | het containing block |
fixed | nee | het browservenster, ook als je scrollt |
sticky | ja, tot je erlangs scrollt | relative tot de drempel, daarna fixed |
Het containing block is de eerste parent met een position die niet static is. Heeft geen enkele parent dat, dan is het de viewport.
position: relative op de parent, absolute op het kind
position: relative op de parent, position: absolute op het kind. Zonder die eerste regel springt je kind naar de hoek van het scherm. Je komt het tegen bij de cards.
Probeer ​
- zet
positionop elk van de vijf waarden - zet daarna
position: relativeaan op.demowrapperen kijk opnieuw naarabsolute - scroll naar beneden met
fixeden metsticky
💡 Vraag
- Bij relative blijft er een gat waar doos 2 stond, bij absolute niet. Waarom is dat verschil belangrijk als je een badge op een card wilt zetten?
- Waarom gebruik je voor een header sticky en niet fixed? Kijk wat er met de inhoud onder de header gebeurt.
Wanneer gebruik je het ​
Met positioning zet je elementen in lagen, op coördinaten. Dat werkt voor kleine dingen binnen een blok: een label over een afbeelding, een badge op een kaart, een menu dat openklapt.